Logo H.D.C. De Loop

 

 

Train de trainer – zondag 14 juni

Op zondag 14 juni vond voor de tweede keer Train de Trainer plaats. Het was een goede opkomst met uit alle disciplines trainers. En dat is mooi en zo kunnen we van elkaar weer veel leren!

De thema’s die waren uitgekozen waren:

1: Wat te doen met een agressieve hond in de groep
2: Wat te doen met een eigenzinnige cursist in de groep

Van te voren was gevraagd om voorbeelden in te brengen vanuit eigen ervaringen. Omdat dit pas de tweede keer was van train de trainer is iedereen nog wat onwennig. Dus had Natasja er voor gekozen de les niet helemaal van te voren voor te bereiden, maar het zich te laten vormen gedurende de ochtend zelf op basis van de inbreng van de groep. Hieronder vind je een samenvatting van de theorie die besproken is.

Verschillende vormen van agressie

Na een voorstelrondje hebben we het eerste onderwerp in de groep gegooid: “Wat te doen met agressieve honden”. We hebben het onderwerp geopend met een hond die onzekere agressie toont.

Als je ongewenst gedrag bij een hond ziet, ongeacht of het om agressie gaat, is het altijd belangrijk om naar de hond te kijken. Dan pas kun je een interpretatie geven van wat je ziet. Dit houdt in dat je kijkt naar hoe de staart en de oren staan. Als het om agressie gaat dan kun je met de houding achterhalen hoe zeker of onzeker de hond is. En mogelijk ook om te bepalen om wat voor een type agressie het gaat.

Eerst wat valt er onder agressie. Agressie is meer dan grommen, tanden laten zien en/of uitvallen. De hond bevindt zich in de motivatie agressie bij de volgende signalen:

  1. fixeren (het strak kijken naar de hond/persoon/object)
  2. borstelen (rugharen die overeind gaan staren, gedeeltelijk of over de gehele rug)
  3. grommen
  4. gromblaffen
  5. tanden (en bij angst ook kiezen) laten zien
  6. uitvallen
  7. bijten

Als je een van deze signalen ziet dan zit de hond dus in de motivatie agressie en kan de agressie zich ook gaan opbouwen. Dus ook als de hond alleen aan het fixeren is, spreek je al van agressie. Dit is belangrijk om te weten omdat je een training dient in te zetten bij de eerste tekenen van agressie.

Voor het lesgeven is het belangrijk om de mate van onzekerheid te bepalen. Kort door de bocht kun je zeggen: “Hoe lager de staart hoe onzekerder”. Als de oren daarbij ook nog eens lager dan neutraal staan, dan is de hond nog onzekerder. Als je een dergelijke hond in de groep hebt, moet je nog een stapje verder gaan en bepalen of de onzekerheid uit angst voort komt (door bijvoorbeeld slechte socialisatie of een traumatische ervaring). De mate van angst is te bepalen door te kijken naar de aanwezigheid van stress-signalen. Een hond kan de volgende stress-signalen tonen:

  1. tongelen (met snelle bewegingen de tong richting de neus bewegen en weer terug)
  2. hijgen
  3. beklikken (met snelle bewegingen de tong van mondhoek naar mondhoek bewegen)
  4. gapen
  5. krabben (alsof de hond plotsklap jeuk heeft)
  6. trillen
  7. piepen
  8. hoog blaffen
  9. pootheffen (een van de voorpoten licht omhoog houden)
  10. schudden (alleen het hoofd of het hele lichaam)
  11. niezen
  12. markeren
  13. snuffelen
  14. het tonen van oogwit 

Hoe meer stress-signalen en/of hoe vaker achter elkaar hoe angstiger een hond is.
Observeren is moeilijk en kun je alleen onder de knie krijgen door te oefenen. Veel oefenen. Maar als je eenmaal jezelf hebt aangeleerd bewust te kijken naar de hond, naar zijn gedrag, houding en stress-signalen, kun je veel beter aangeven wat en waarom een hond iets doet. Deze ochtend hebben we  geoefend met onze eigen honden.

De praktijk:

Tijdens het oefenen hebben we Inge een rondje laten lopen met haar hond, Siarnak. We hebben gekeken, naar zijn houding, de stress-signalen en uitingen van agressie. Hierbij kwam ook naar voren dat je rassenkennis goed moet zijn. Een staartdracht en de stand van de oren meet je ten opzichte van de neutrale stand van dat ras. En dan moet je van de hond wel weten wat de neutrale stand is.
Siarnak hield zijn staart hoger dan neutraal, maar niet in de allerhoogste stand. Zijn oren waren wisselend van voren naar achteren. Maar voornamelijk lager dan neutraal. Als stress-signalen zagen we overmatig hijgen, snuffelen en kopschudden. Tevens ging hij een keer markeren.
De agressie-signalen die we waarnamen waren fixeren, tanden laten zien en uitvallen. Dit leidt tot een interpretatie van onzekere agressie naar andere honden.

Ter extra info: Er zijn diverse vormen van agressie. Aan het gedrag en houding alleen is niet te achterhalen waarom een hond agressie toont. Daar zul je meer info voor moeten hebben. Het is echter wel handig om te weten welke vormen van agressie er zijn. Soms dien je ook echt het type agressie te achterhalen om oplossingsgericht te gaan trainen.
De volgende vormen van agressie zijn er:

  1. materrale agressie (als een hond drachtig is of een nest heeft liggen)
  2. spelagressie (de scheidslijn tussen spel en agressie is heel dun)
  3. dominantie agressie (kan alleen aanwezig zijn als er een relatie is tussen hond en persoon of andere hond)
  4. angstagressie
  5. pijnagressie
  6. territoriale en verdedigingsagressie
  7. hond-hondagressie tussen hetzelfde geslacht
  8. omgerichte agressie (de agressie is dan opgewekt door bijvoorbeeld een andere hond en de agressie wordt geuit richting bijvoorbeeld de eigenaar of riem)
  9. voerbakagressie (agressie als er voedsel in het geding is)
  10. predatieagressie (meerdere signalen van jagen moeten dan gezien worden, zoals bijvoorbeeld sluipen)
  11. idiopatisch agressie (onvoorspelbare agressie)

Wat kun je doen?

Agressie is zelden te corrigeren. Alleen honden die uit zelfverzekerdheid agressie tonen zouden gecorrigeerd kunnen worden. Echter, timing is dan heel belangrijk en vaak heel moeilijk voor een gemiddelde hondeneigenaar. Als vraag of je als instructeur een correctie kan worden ingezet werd het volgende voorbeeld genoemd: Een hond die gromt naar zijn eigenaar in een zelfverzekerde houding zou je als instructeur een ferme stemcorrectie kunnen geven. Ook het werpen van een blikje met steentjes vlak bij de hond kan hetzelfde effect geven. Doe dit dan wel plotseling. Niet de eigenaar voorbereiden, maar naderhand de gehele groep uitleggen waarom je het gedaan hebt. Zet het alleen in als je zeker weet dat het tot een gedragsvermindering leidt.

Over het algemeen geldt dat een correctie vaak als een beloning door de hond opgevat wordt. Een stemcorrectie door de eigenaar kan voor de hond meeblaffen betekenen. De hond ervaart het dat ze samen agressie aan het tonen zijn.
Tevens kan een correctie ook een extra stimulans voor de hond zijn om agressie in te tonen. De hond vindt de correctie wel onplezierig maar legt het verband verkeerd. De hond toont bijvoorbeeld agressie naar een andere hond omdat hij deze onplezierig vindt. Bij het zien van deze onplezierige prikkel krijgt hij ook nog eens een correctie. Wat dus inhoudt dat die andere hond extra onplezierig is. Hij zal nog eerder en feller agressie inzetten om de hond te verjagen om zo te proberen de correctie niet te krijgen.
Tenslotte kan een correctie van agressie leiden tot omgerichte agressie. En dan is inzetten van een correctie gewoon te gevaarlijk.

De beste training zit hem in het afleiden en ander gewenst gedrag aanleren. Hierbij geldt dat je de agressie moet voorkomen. Een stap voor moet zijn. De hond eventueel afleiden als hij de agressie al is gaan tonen. Ander gewenst gedrag kan zijn kijken naar de baas, volgen, zitten of spelen met een bal. Belangrijk is dan natuurlijk het gewenste gedrag te belonen.

Voorkomen van agressie is moeilijk op het trainingsveld. Zeker als het om agressie naar andere honden gaat. Belangrijk is dan de afstand te bepalen ten opzichte van de andere hond wanneer de hond agressie begint te tonen. Deze afstand kun je dan gebruiken om te kijken hoe ver je de eigenaar met ‘agressieve hond’ van de groep plaatst.


Praktijk:  
         
In eerste instantie hebben we alleen Inge rond laten lopen om de groep stilstaande honden heen. Dit is een prima oefening, voor zowel de hond die agressie toont als de honden die stil moeten blijven zitten. Zo moet je het dan ook uitleggen aan de groep. Dat is ook goed voor de groepsvorming en betrokkenheid met elkaar.
Hierbij is tevens de afstand goed te bepalen en ook in te zetten. Op bepaalde afstand van de groep liep Inge met Sairnak een rondje om te groep. De hond liep tussen haar en de groep in, wat het handigst is, want dan moet de hond echt wegkijken van de andere honden als hij naar de baas wil kijken. Aandacht van de hond kun je vasthouden met voer of een speeltje. Tijdens het lopen moet de hond beloond worden als hij geen agressie toont en/of gewenst gedrag vertoont. Eventueel kan de eigenaar even een stukje achteruit lopen om de aandacht van zijn hond te krijgen. De eigenaar moet dan wel weglopen van de andere honden, de afstand dus vergroten. Bovendien dient de eigenaar dit onaangekondigd te doen. Zo leert de hond beter op de eigenaar te letten.
Als de hond zich laat afleiden ga je een commando invoeren, zoals ´kijk´ of ´volg´, zodat de hond in later stadium dit commando kan krijgen en zo de andere hond met rust laat.

Om te kijken wat een stemcorrectie met de mate van agressie doet, heeft Inge een rondje gelopen en de hond met de stem gecorrigeerd. Ondanks dat het een erg rustige en niet echt luide stemcorrectie was, zagen we wel een toename van onrust en agressie bij Sairnak. Hoe onrustiger en hoe agressiever een hond is, hoe moeilijker het is om hem te bereiken. En om dus een training in te zetten. Voorkomen is dus echt het beste en zeker niet verergeren door stem- of andere vormen van correcties.

In de praktijk kun je echter niet altijd een deel van de groep stil zetten. Dit kost te veel tijd. Om beurten hebben we elkaar les gegeven in het laten volgen van de gehele groep. Dit kan door zowel de groep door elkaar te laten volgen of in één lijn. Proefondervindelijk kwam naar voren wat wel en wat niet handig is

Algemeen:

  1. Laat de cursist met de agressieve hond later beginnen en eerder weggaan. Dat geeft meer rust voor de hond dan wanneer hij het veld moet opkomen als er veel honden bij de ingang rondlopen. De hond begint dan al opgefokt de les.
  2. Bepaal wat de minimale afstand is dat de agressieve hond niet of nauwelijks nog agressie inzet en dus nog af te leiden is.
  3. Bepaal wat de hond leuker vindt: voer of spel. Dat middel gebruik je dan ter afleiding en ter beloning.
  4. Bepaal of de hond rustiger wordt door in beweging te blijven (dan de hond laten volgen) of door een juist stil te staan (dan de hond een zit-oefening met aandacht laten uitvoeren).
  5. Let goed op hoe andere honden reageren op de agressieve hond. Angstige honden moeten ook op afstand gehouden worden. Met andere woorden, verlies de andere honden niet uit het oog!
  6. Hou de gehele groep bezig. Laat ze niet te veel ‘aan hun lot’ over door ze alleen te laten volgen. Neem als instructeur het initiatief met veel afwisseling. Zitten, korte af en blijf oefeningen, spel, enzovoort. Dit voorkomt verveling bij eigenaar en hond en zal ook de agressieve hond beter op zijn eigenaar gaan letten.
  7. Zorg dat je de overige cursisten ook voldoende aandacht geeft. Een eigenaar met agressieve hond vergt veel aandacht. Hoe graag je deze cursist ook wilt helpen, je hebt meerdere cursisten in de groep. Ook deze verdienen de aandacht.

Door elkaar volgen:

  1. De eigenaar met de agressieve hond loopt aan de buitenkant van de groep. En kan zelf de afstand verkleinen tot de groep als het goed gaat. Het voordeel hierbij is dat er een opbouw in kan zitten van het benaderen van één andere eigenaar of juist meerdere eigenaren, dus een drukker stukje van de groep.
  2. Dit verlangt veel opletten van alle cursisten. Om te voorkomen dat ze niet per ongeluk elkaar te dichtbij passeren.

Op een rij volgen:

  1. Ook hier loopt de eigenaar aan de buitenkant. Het opbouwen is echter moeilijker. Waar in de lijn, het is altijd direct tussen twee honden in.
  2. Voor de cursisten is het wel overzichtelijk. Zij lopen immers op een vaste lijn.

Het begeleiden van een cursist met een agressieve hond is een kwestie van doen en oefenen. Per les bekijk je of de eigenaar dichterbij de groep kan komen. Begin de volgende les altijd weer wat verder van de groep dan je de les ervoor gestopt bent. Tenslotte kan een gentle leader een heel handig hulpmiddel zijn voor het geleiden van een hond die agressie toont.

Overigens hebben we alleen geoefend met honden die uitvallen naar andere honden. Een hond die agressie naar mensen of naar de eigenaar toont is niet ter sprake gekomen en kan een volgende keer eventueel geoefend worden.

De eigenzinnige cursist.

Helaas zijn we aan dit onderwerp niet meer toegekomen.

 

 

 

© 2012 - Webmaster